Willy Dewolf, al 34 jaar een atypische sportjournalist: “Mijn privéleven primeert altijd”

Willy op vakantie met zijn hond Cosmo. Foto RV

“Ik ben verliefd op de krant en dankbaar voor alle kansen.” Het zijn woorden die de hondstrouwe Willy Dewolf (54) typeren. Al meer dan drie decennia draait de allemansvriend uit Huldenberg mee op de woelige sportredactie van Het Laatste Nieuws, al primeert zijn persoonlijk leven altijd.

Door SVEN VAN LONDERSELE

“Ik ben blij dat ik zoveel beleefd heb als sportjournalist, maar als ik moet kiezen tussen werk en privé, kies ik volmondig voor dat laatste. Wie je bent als persoon en je familie zijn zoveel belangrijker dan een job. Het is het cement van wie je bent.” Willy Dewolf is een rasechte familieman, al zou je dat van de gemiddelde journalist niet verwachten. Vandaag is hij eindredacteur op de regionale sportredactie van Het Laatste Nieuws en heeft hij het soms nog moeilijk met dingen missen. “Niet naar familiefeestjes kunnen gaan of vroeger moeten vertrekken, vind ik het moeilijkst.”

Wie in de jaren zeventig en tachtig beweerde dat de jonge Willy Dewolf in de sportjournalistiek zou belanden, zou heel wat gefronste wenkbrauwen als reactie gekregen hebben. Studeren en al zeker journalistiek stonden immers niet in teenager Willy’s woordenboek. “Een diploma halen was voor mijn ouders geen prioriteit. Ik ging regelmatig mee werken met mijn vader, die loodgieter-dakwerker was. Hij veronderstelde dan ook dat ik later in dezelfde branche zou stappen. In het middelbaar studeerde ik publiciteit in het kunstonderwijs, waarvoor ik mij niet al te hard moest inspannen. Door de vrije opvoeding van mijn ouders mocht ik zowat mijn zin doen. Ik zat als 15-jarige regelmatig op café en ging vaak uit. Als ik die jeugdige uitspattingen na een tijdje niet zelf had kunnen kanaliseren, was ik wellicht op het verkeerde pad beland. Mijn rustige karakter heeft me gered.”

Op het eerste zicht lijkt Willy weinig meegekregen te hebben van zijn ouders, maar de liefde voor sport en de werklust zijn wel degelijk zichtbaar. “Ik ben graag bezig, dus ik kan moeilijk stilzitten. Mijn vaders mentaliteit was om altijd maar te werken. Daarom doe ik vandaag nog graag klusjes in huis of werk ik in de tuin. Daar haal ik voldoening uit en het ontspant me zelfs. Als ze op mij afstappen met een (extra) opdracht, kan ik moeilijk neen zeggen. Dat is misschien wel een negatieve eigenschap, thuis en zeker op je werk moet je soms dingen durven weigeren.”

“Als ik mijn jeugdige uitspattingen niet zelf had kunnen kanaliseren, was ik wellicht op het verkeerde pad beland”

Willy Dewolf

Gelukkige sollicitatie

Als jongvolwassene schuilden er nog geen journalistieke ambities in Willy. Zijn droom was om als graficus aan de slag te gaan in de reclamewereld, maar zowel in de studies als bij sollicitaties kende hij geen succes. “Het ging niet goed en één van mijn laatste sollicitaties was bij Het Laatste Nieuws, waar ze een graficus zochten voor de nationale sportkrant. Eigenlijk kon ik daar niet veel gaan doen, want ik had geen enkele ervaring met het tekenen van krantenpagina’s. Alle andere kandidaten leken enorm goed voorbereid, terwijl ik het materiaal nog nooit van dichtbij had gezien. Bovendien was de krant een beetje te min voor mij. Die pagina’s ontwerpen was niet creatief genoeg, ik leefde mij veel meer uit bij het creëren van bijvoorbeeld een reclamecampagne.”

Ondanks dat hij de grote underdog was bij de selecties, werd Willy toch gekozen voor de job. Een toevallige ontmoeting na de sollicitatie veranderde zijn leven voorgoed. “Ik was de eerste die vertrok op de selectiedag, mijn getekende pagina’s leken nergens op. (lacht) Bij het buitengaan werd ik tegengehouden door Patrick Vertommen, toen één van de grafici bij HLN. Hij had op dezelfde kunsthumaniora gezeten als ik en had vernomen dat ik kwam solliciteren. Patrick wou een paar van mijn werken zien en bleek meteen verkocht, want een paar dagen later ontving ik een brief waarin stond dat ik was gekozen voor de job.”

Vijf jaar lang verzorgde Willy Dewolf de lay-out van de sportkrant. Werken en bevriend worden met de journalisten deed de voorliefde voor sport opnieuw aanwakkeren. “Ik heb de sportmicrobe als kind te pakken gekregen via mijn vader. Hij was een fervente atleet en speelde ook voetbal op een redelijk hoog niveau. Als ik zag hoeveel mijn vader moest trainen voor atletiek, stond mijn besluit snel vast dat ik ging voetballen. (lacht) Hij nam mij ook mee naar allerlei grote sportevenementen, zoals de Memorial Van Damme en de spionkop van Anderlecht. Atletiek en voetbal zijn ook de sporten waar ik als journalist het meest over schreef, alsof het zo moest zijn. Mijn sociaal leven heeft toen wel een serieuze klap gekregen, maar op dat moment voelde het niet aan als een gemis. Ik had eindelijk een job en kon op mijn eigen benen beginnen staan. Vandaag hecht ik meer belang aan een goed sociaal leven.” (lees verder onder de foto)

Willy aan de slag met de eerste Atex-computer ooit op de HLN-redactie in 1991. Foto RV

Echte journalistiek

Na vijf jaar had Willy het wel gezien als graficus en besloot hij zijn prille journalistieke droom na te jagen. Hij volgde twee jaar een avondopleiding journalistiek in combinatie met het grillige uurrooster bij Het Laatste Nieuws. Al stond hij er nooit alleen voor, een trouwe partner en vrienden bleken essentieel. “Mijn vrouw heeft me altijd onvoorwaardelijk gesteund. Als je geen partner hebt die zich kan verzoenen met zo’n drukke agenda, is het onmogelijk te combineren. Daarnaast was er één collega die heel veel van mijn diensten overnam, ook in het weekend, omdat ik dan les had of moest studeren. Zonder de mensen rond mij had ik mijn journalistieke droom nooit gerealiseerd. Na mijn studies had ik meteen drie jobaanbiedingen, iets wat vandaag voor afstuderende journalisten ondenkbaar is. Het Laatste Nieuws gaf me echter de kans om als sportjournalist aan de slag te gaan, dus heb ik geen moment getwijfeld.”

Journalist Willy trok door het Belgische en buitenlandse sportlandschap en blikt daar met plezier op terug. “Plots deed ik interviews met jeugdidolen. Destijds spraken journalisten zonder problemen met (wereld)toppers als Eddy Merckx, Michael Johnson, spelers van Anderlecht, Stefan Everts, enzovoort. Ik belde Merckx bijvoorbeeld eens op voor een interview en werd bij hem thuis uitgenodigd voor koffie en taart. De journalisten konden ook eenvoudig bij een voetbalclub binnenstappen en zélf kiezen met wie ze een interview zouden doen. Van Stefan Everts schreef ik zelfs (belangeloos) een biografie voor een kleine uitgeverij. Tegenwoordig zijn er communicatieverantwoordelijken en sponsorbelangen allerhande die het veel moeilijker om bij een topatleet te geraken. Alles wordt ook gedetailleerd nagelezen. In mijn periode deden we nog aan échte journalistiek.” (lees verder onder de foto)

Everts, Johnson en Merckx. Het zijn slechts enkele van de vele (wereld)toppers die Willy kon interviewen tijdens zijn carrière. Foto RV

Wenen op luchthaven

Hoe mooi en boeiend het leven als sportjournalist ook was, er knaagde iets in Willy, de familieman pur sang. “Familie is het allerbelangrijkste voor mij en komt altijd op de eerste plaats. Dat besef is nog meer tot mij doorgedrongen toen mijn vrouw en ik in 1994 met onze pasgeboren dochter op reis waren in Zuid-Frankrijk. Ik moest voor een krantenopdracht doorvliegen naar Spanje en mijn gezin achterlaten op de luchthaven. Ik heb een traan weggepinkt en besefte dat het in je bloed moet zitten om levenslang een journalist te zijn die onregelmatig werkt en veel reist. Ook mijn echtgenote zat voor haar werk veel in het buitenland. We beslisten nadien samen dat we hier iets aan moesten doen, in het belang van onze kinderen.”

Willy’s hart voor de krant bleef echter kloppen en als een gelukkig toeval kreeg hij een nieuwe job op de redactie aangeboden. Hij moest de herstructurering en centralisatie van de regionale sportjournalisten in goede banen leiden. Geen nationale sportjournalistiek meer dus, en dat deed even pijn. “Het was vooral moeilijk om de atletiek los te laten, maar ik ben zeer leer- en nieuwsgierig. Het was een soort managementfunctie en ik zag dat als een nieuwe uitdaging. Ook vandaag ontdek ik nog graag nieuwe dingen. Ik luister gefascineerd naar de visie van jonge mensen en leer graag de nieuwste systemen kennen. Er zijn mensen die op een zekere leeftijd graag vastgeroest zitten in hun job, maar ik kijk steeds met een open blik naar alles.” (lees verder onder de foto)

De HLN-sportredactie anno 1992 in Kobbegem. U herkent onder meer Willy (tweede van rechts) en goede vriend Stef De Wolf (chef voetbal, tweede van links). Foto RV

Dankbaarheid

Toch was het niet altijd rozengeur en maneschijn. Ook Willy ervaarde dat het er in de media hard aan toe kan gaan. Na de overgangsfase voor de regionale sport werd Willy niet gekozen als uiteindelijke chef. “Toen voelde ik mij voor het eerst ondergewaardeerd. Ik had al het integratiewerk van de journalisten op mij genomen en uiteindelijk koos de hoofdredactie voor een persoon die geen feeling had met de regionale sport. Daar heb ik zeker lessen qua vertrouwen uit getrokken. Ik werd uiteindelijk de vaste eindredacteur van de Brabantse pagina’s, wat ik vandaag nog altijd ben.”

“In 2010 ging het zelfs nog een stapje verder. Na een nieuwe afslanking van de regionale sport werd ik, met goede bedoelingen, geadviseerd om een nieuwe job te zoeken. Ik zou werk moeten doen dat beneden mijn kwaliteiten lag, artikels schrijven was voor eindredacteurs volledig van de baan. Maar ik bleef aan boord, de liefde en de dankbaarheid voor Het Laatste Nieuws waren en zijn nu eenmaal te groot. Ik zal nooit vergeten hoe zij mij uit het dal gehaald hebben. Als je maanden moet gaan stempelen en zelfs geen ‘simpele’ job kunt krijgen, kijk je op een andere manier naar de wereld. Daarom vind ik loyaliteit een belangrijke waarde en geef ik aan mijn kinderen mee dat ze elke kans in het leven moeten grijpen.”

“Ik kon vroeger zelfs geen ‘simpele’ job krijgen, dan kijk je op een andere manier naar de wereld”

Willy Dewolf

De kans om voetbaljournalist te worden, had Willy Dewolf vijfentwintig jaar geleden zelf wellicht gegrepen, maar het noodlot besliste daar toen anders over. “Stef De Wolf, een van mijn beste collega’s en vrienden op de sportredactie, was de toenmalige chef voetbal. Hij was me erg aan het pushen om voltijds voetbaljournalist te worden. Maar in 1994, gelijktijdig met mijn zware vakantie in Zuid-Frankrijk, overleed hij aan hartfalen. Dat hakte er enorm hard in, ik ben door die bewuste krantenopdracht in Spanje zelfs niet naar zijn begrafenis kunnen gaan. Als hij nog had geleefd, was ik op zijn aanbod ingegaan en hadden mijn carrière en leven er helemaal anders uitgezien. En dat omdat ik geen neen kan zeggen.” (lacht)

Plaats een reactie